Hoofdtekst
Onderwerp
SINSAG 0823 - Das zerbissene Tuch.   
Beschrijving
Een ongetrouwd meisje dat in de Rode woonde, ging met een jongen naar de kermis van Testelt. Op de kermis zag het meisje haar vroegere vriend, die haar en haar gezel de hele tijd in het oog hield. Later op de avond kwam het meisje met haar vroegere vriend naar huis. Onderweg sprak de jongen: “Hier is mijn zakdoek. Als je een hond zou tegenkomen, gooi de zakdoek dan in zijn muil, want ik moet even een boodschap doen”. Wat verderop zag het meisje een grote hond met glazige ogen staan, die haar met open muil aanstaarde. Het meisje gooide de zakdoek, waardoor de hond haar met rust liep. Toen haar vriend even later terugkwam, stelde het meisje vast dat hij de vezels van de zakdoek tussen zijn tanden had. Bij haar thuiskomst is het meisje in haar bed gekropen. Ze is er nooit meer levend uit gekomen.
Bron
M. Houtmeyers, Leuven, 1957
Commentaar
1.6 Weerwolven
brabants (diest en omstreken)
312
Moeder van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Averbode   
Plaats van Handelen
Rode   
Testelt   
