Hoofdtekst
De ouwe veldwachter Bèèr V., die woonde daar waar het kasteel gesteun hét, was nog heel jonk toen hij de Zwatte Heer tiegenkoem. Het was de zoon Frans die 't vertelde. Bèèr moes door de wei, de weg was veul te slèch. Pas was hij in de wei of de zwatte heer stoent neven hem. Stillekes heulde V. zijne dolk uit zijn moal (zak). Ne grote sjrik overvoel hem. Hij begos te lopen mais de zwatte heer bleef neven hem stappen. Door de sjrik vloog V. deur de hoag over brier. Met de dolk voorout vloog hij op de deur toe. En de dolk stoek dwars door de deur.
Beschrijving
Toen veldwachter Bert V. door de weide liep, stond er plots een zwarte heer naast hem. Omdat de zwarte heer Bert bleef volgen, haalde de man zijn dolk boven. Bert was zo bang dat hij snel wegliep en met zijn dolk een deur doorboorde.
Bron
R. Jageneau, Leuven, 1965
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (herk-de-stad)
25
fabulaat
Deze sage werd overgenomen van G. V.
Naam Overig in Tekst
Bert V.   
Naam Locatie in Tekst
Hoepertingen   
