Hoofdtekst
Te Lambert’s up ’t hof hadden ze ne schone kweek kalvers, en de boerinne was ze juste bezig met eten geven, oe ter daar nen landloper passeerde en je vroeg achter een stute (boterham) met ’n schelle (snede) hespe en de boerinne wilde geen geven. "Ewel, ge gaat joe dat nog beklagen, madamke", zei diene vent. En ’t wos waar wok, z’hèd heur kalvers geen eten meer moeten geven, want in veertien dagen tijd had ze geen een kalf meer.
Onderwerp
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
Beschrijving
Op een boerderij had men mooie kalveren. De boerin was de dieren aan het voederen toen er een landloper langskwam om een boterham met ham te vragen. Toen de boerin weigerde een boterham te geven, zei de landloper: "Dat zal je je nog beklagen!" Twee weken later waren alle kalveren dood.
Bron
M. Reynaert, Leuven, 1965
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (ieper)
296
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Houtem   
