Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

MVAND0129_0129_33172

Een sage (mondeling), 1964

Hoofdtekst

We hadden thuis een meisken, mijn zuster en de die was ook betoverd door Amelieken. En mijn vader ging om de paster om d’heilige olie tegeven en ze beet ernaar. Den onderpaster kwam haar dan d’heilige olie geven en den dien mocht zé, zei hij, ’t is te ver gekomen, ze zal binnen de negen dagen sterven.” En alle nachsten ten twaalf uren haaldegen ze huilen op en naar den twaalven bleef ze stille en ’t was gedaan; en de negesten dag haaldegen ze ne lach op en z’hield op van lachen en ze was dood!

Onderwerp

SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste    SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   

Beschrijving

Een man ging naar de pastoor omdat zijn dochter door een toveres was betoverd. De pastoor kwam het meisje zalven, maar het kind beet naar hem. Daarna kwam de onderpastoor, die er wel in slaagde het kind te zalven, maar daarna zei: “Het is al te ver gekomen. Het kind zal binnen negen dagen sterven”. Om middernacht begon het kind te huilen. Even later was het rustig. Negen dagen later stierf het meisje.

Bron

M. Van Der Linden, Leuven, 1964

Commentaar

2.1 Heksen
oost-vlaams (denderstreek)
324
Zus van de informant
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Appelterre-Eichem    Appelterre-Eichem