Hoofdtekst
Baptist Ponte, oude kuiper van stiel, woonde te Helkijn langs de Schelde. De man heeft negentig jaar oud geworden. Die man wast te St-Denys in vele plaatsen welgekomen. Hij was natuurlijk niet net meer en kweekte ook van die beestjes met acht poten, luizen genaamd. Op zekeren dag was hij ingegaan in de molen van Jean Baptist Maes en de zoon zag een beestje op zijn schouder lopen, nam dit met een stofslunse en als Tist opstond schudde hij den stoel af, maar Tist sprak geen woord en vertrok. ’s Anderendaags waren er in klederen en beddens wel ne ketel luizen, gasten gelijk mieren. Dan moesten zij Baptiste Ponte schone gaan spreken om deze kwijt te geraken. Deze oude man kwam alle zondagmorgen om enen goeden druppel bij mijn vader. Ik was dan zestien jaar oud en er was nog lange jaren van Baptist Ponte gesproken. Als hij gestorven is, heeft de paster van Helkijn al zijn boeken uit zijn woonhuis gehaald – toverboeken.
Onderwerp
SINSAG 0582 - Hexe schickt Läuse, Flühe, Mäuse.
  
Beschrijving
Een oude kuipenmaker die luizen had, ging op een dag naar de molen. de zoon van de molenaar zag een beestje kruipen en nam dat weg met een doek. Toen de kuipenmaker vertrok, schudde de molenaarszoon de stoel waarop hij had gezeten af. De kuipenmaker sprak daarbij geen woord.
De volgende dag zaten de kleren en de bedden van de familie van de molenaar vol luizen. Men moest de kuipenmaker heel vriendelijk gaan vragen om de luizen te doen verdwijnen.
Bij de dood van de kuipenmaker is de pastoor alle boeken van die man gaan ophalen. Het waren toverboeken.
De volgende dag zaten de kleren en de bedden van de familie van de molenaar vol luizen. Men moest de kuipenmaker heel vriendelijk gaan vragen om de luizen te doen verdwijnen.
Bij de dood van de kuipenmaker is de pastoor alle boeken van die man gaan ophalen. Het waren toverboeken.
Bron
M. Sagaert, Leuven, 1955
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (zuiden)
137
1940
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Sint-Denijs   
