Hoofdtekst
Kabouterkes gezien in een karspoor.Ik hem z'is deur e karspoor zien gaan. Zo'n heel rij, allemaal achter mekaren. Toen was ik nog e klein manneke. Zo vijftig centimeter hoog. Och, en die gaan veuruit, en rap ljk die zijn!
Beschrijving
Een jongen zag een rij kabouters door een karrenspoor lopen. De kabouters waren zo'n vijftig centimeter groot en liepen heel snel.
Bron
M. Van den Berg, Leuven, 1955
Commentaar
1.2 Aardgeesten
antwerps (polders ten noorden van antwerpen)
6
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Berendrecht   
