Hoofdtekst
Dit is gebeurd op het boerenhof "Lensen" te Op-Oeteren. De boer had daar een vreemden knecht gehuurd. De eerste weken gingen en verliepen heel normaal. Zekeren dag moest de knecht met een jong paard gaan ploegen. Plots sprong er een groote zwarte hond voor het paard door, en hierdoor werd het paard erg "steiger-achtig" en dit gebeurde ook den tweeden en den derden dag. Toen ’s avonds de knecht thuis kwam vertelde hij het tegen zijnen boer. "Als het morgen weer voorvalt, en die vervloekte hond weer voor het paard doorspringt, neem ik het jachtgeweer en schiet hem neer." Zoo gezegd, zoo gedaan. Den volgenden dag, met het geweer onder den jas ging de knecht weer ploegen. Pas is hij bezig of dezelfde groote hond komt weer af… de knecht legt aan, en schiet… doch nergens was er ook maar een spoor meer te vinden van den hond. De knecht dacht dat hij misgeschoten had. Bij zijn thuiskomst kreeg hij het ontstellend nieuws te hooren en te zien dat zijn baas dood en doorschoten op het bed lag.
Beschrijving
Op een boerderij in Opoeteren werkte een nieuwe knecht. Op een dag had de boer de knecht met een jong paard naar het veld gestuurd om te ploegen. De knecht zag dat het paard plots begon te steigeren omdat er een grote zwarte hond op het veld liep. Op de tweede en derde dag gebeurde nogmaals hetzelfde. De volgende dag nam de knecht een jachtgeweer mee naar het veld. Zodra de hond weer verscheen, schoot de knecht het beest neer. Toen hij thuiskwam, stelde de knecht vast dat zijn baas dood in bed lag.
Bron
D. Truyen, Leuven, 1946
Commentaar
1.6 Weerwolven
limburgs (noorden)
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Opoeteren   
Plaats van Handelen
Opoeteren   
