Hoofdtekst
Toe Zande was ’t er ’n hofstee woa dan ze dosten (dorsten) en mienden – dat is groan schonemaken met e mienemeulen – ’s nachts. Da makte geruchte. Ut (als) de boer gienk gon kieken was ’t er nietent. Da toverde dor ook.
Onderwerp
SINSAG 0478 - Andere Erlebnisse; unbeschreibbare Spukerscheinungen.   
Beschrijving
In Zande stond een boerderij waar het spookte. 's Nachts hoorde men daar geluiden alsof iemand aan het dorsen was en het kaf van het koren aan het scheiden was met een wanmolen. Wanneer men ging kijken, was er niets te zien.
Bron
M.-R. Nijsters, Leuven, 1969
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (nw van houtland)
158.2
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Zevekote   
Plaats van Handelen
Zande   
