Hoofdtekst
Da was hier ip Gistel gebeurd. Da was een haand dat assan an ’t veister boven de deure bewoog. U da binnenkwaam hoarden ze e groate stamp. De dochter sliep tusschen heur voader en heur moeder, van benauwdheid. En toch voen(den) z’heur voer heur te duvelen.
Beschrijving
In een huis in Gistel bewoog altijd een hand bij het raam boven de deur. De dochter die daar woonde, sliep tussen haar vader en haar moeder, maar toch wist men haar te vinden om haar te plagen.
Bron
M.-R. Nijsters, Leuven, 1969
Commentaar
west-vlaams (nw van houtland)
30.7
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Gistel   
Plaats van Handelen
Gistel   
