Hoofdtekst
Ja, vroeger kwam-t-er nog dikwijls iemand were hé.En ‘k heb nog horen vertellen van iemand, en zijn vader kwam ook were. En hij kwam hem dikwijls bij hem zitten in huis, en pertank, hij sloot altijd zijn deuren. Maar ’s nachts als hij in zijn bedde lag, hij hoorde hij hem komen. En d’assieten sloegen lijvelijk tegeneen, ge hoorde ze kletsen en ’t trilde al dat in huis was. Ja, zijn vader kwam were.En hij heeft hem messen doen doen hé.Ach ja, hij keerde were. ’t Was dat hij niet wel gekomen was ginder hé.
Onderwerp
SINSAG 0450 - Andere Tote spuken.   
Beschrijving
Een man zag zijn overleden vader vaak bij hem in huis zitten, hoewel hij al zijn deuren gesloten hield. 's Nachts sloegen de glazen borden vanzelf tegen elkaar. De zoon heeft missen laten doen omdat zijn vader blijkbaar niet goed was terechtgekomen in het hiernamaals.
Bron
F. Van Houdenhove, Leuven, 1967
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (tussen schelde en leie)
229
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Deerlijk   
