Hoofdtekst
Sander Danneel wos de baas van d’herberge. ’t Woren dor ook Verplancken bij. Lieven Carlo hadde Bakelandt aangedregen bij de paster. De paster e kunnen vluchten en Bakelandt wos direct geware dat Lieven Carlo dat aangedregen hadde. En ze voenden dor nateurlik niet meer. Ze speelden toen met teerlingen en Schuwe Pier verweet heel de bende. Enne wos van heel de bende niet benauwd. Wos dat toch e sterke vint! ’t Wos Lieven Carlo die den doodschoot en Schuwe Pier greep nog achter zijn kele mor ne wos te verre gezet.
Onderwerp
SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   
Beschrijving
Toen de bende van Bakelandt een inbraak plande bij de pastoor, verwittigde één van de rovers de geestelijke, zodat die elders ging logeren en alle waardevolle voorwerpen uit zijn huis haalde. Toen Bakelandt begreep dat hij was verraden, sneed hij de rover de keel over.
Bron
S. Top, Leuven, 1964
Commentaar
4. Historische sagen
west-vlaams (vrijbos)
127C
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Sander Danneel
Lieven Carlo
Bakelandt
Verplancken
Schuwe Pier
Lieven Carlo
Bakelandt
Verplancken
Schuwe Pier
Bakelandt (bende van)   
bende van Bakelandt   
Naam Locatie in Tekst
Merkem   
