Hoofdtekst
’t Is nog mor verleden jor gebeurd in die nieuwe wijk dor. En ’t zat dor e flinke kerel, Robert, gelove’k ik. En ‘k gingen e keer e bitje gon klappen met hem over godsdienst enz. want ne gaat noch nor kerke noch nor kluus. Ne wilde dor ollemale niet an geloven. ‘k Gingen toen voort. De volgenden avond, we zaten ol in ‘t bedde en Robert trok an de belle. De pater-paster weunde hier nog in. ‘k Keken deur ’t vijnster en ‘k zeggen: "Robert, wuk hapert er tè?" "Meuk e keer de paster èn?" vroegten. "De paster is niet thuus", zei’k ik, "j’is nor de paster van Houthulst. Wuk hapert er tè?" "Wel," zeiten, "’k durven in mijn huus niet meer slapen. ’t Spokt in mijn huus. De paster moet kommen om dat te belezen." Enne moste hij rechtuut (onmiddellijk) de paster èn. ‘k Zeggen: "Oj gij de paster wilt èn, je gaat gij moeten nor Houthulst gon." ‘k En d’er toen achterna niet meer van hoord.
Onderwerp
SINSAG 0478 - Andere Erlebnisse; unbeschreibbare Spukerscheinungen.   
Beschrijving
Een zuster was op bezoek geweest bij een man die God noch gebod vreesde in de hoop hem wat godsvrucht bij te brengen. Toen de zusters die avond in hun bed lagen, belde die man aan en zei: "Ik heb de pastoor nodig, want het spookt in mijn huis". De zuster antwoordde: "Onze pastoor is naar de pastoor van Houthulst. Als je hem nodig hebt, zal je hem daar moeten gaan halen". De man is daarna vertrokken en men heeft niets meer van hem gehoord.
Bron
S. Top, Leuven, 1964
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (vrijbos)
66D
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Klerken   
Plaats van Handelen
Houthulst   
