Hoofdtekst
twee jonges gingen eens naar de schoenmaker in een ander dorp; terwijl ze daar waren, vernamen ze dat de neef van een van beiden gestorven was; daar ze zuster een café had, gingen ze daar binnen en begonnen ze daar met de kaart te spelen; toen moest een der jongens buitengaan; hij ging langs achter en plots zag hij voor hem de dode jongen met z’n zwart kostuum; hij draaide zich om en liep weg; en toen hij nog eens omzag, zag hij de dode gans met vuur omringd.
Beschrijving
Een jongen die samen met een vriend naar de schoenmaker ging, vernam dat zijn neef was gestorven. De jongen ging daarna met zijn vriend in het café van zijn zus kaarten. Toen één van de jongens naar buiten ging, zag hij de dode neef in een zwart pak staan. Daarop draaide de jongen zich om en liep weg. Hij keek nog eens om en zag dat de dode helemaal met vuur was omringd.
Bron
A. Abeels, Leuven, 1965
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (sint-truiden)
223
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Gelinden   
