Hoofdtekst
’t Was hier ook ’n herberge waar dat ’t altijd spookte.’t Zat daar altijd ’n luchtje en ’t ging altijd weg en were. En de boeren gingen vele naar die herberge gaan kaarten tot ten twaalven, ten één en wat later.En ’t was daar ook ‘nen boer, en hij moeste altijd lachen als ze zeien dat ’t daar spookte. En hij liet ‘ne keer zijnen plouf (= ploeg) op ’t land staan. En ’s anderendaags hing zijnen plouf in de wulgen.En hij heeft nooit niet meer gelachten met luchtjes.
Beschrijving
In Deerlijk was een herberg waar het altijd spookte. Men zag er altijd een lichtje heen en weer bewegen. Een boer die de verhalen over de spokerijen nooit ernstig nam, had op een dag zijn ploeg op het veld laten staan. De volgende ochtend hing de ploeg in de wilgen. Daarna heeft de boer nooit meer met de spookverhalen gelachen.
Bron
F. Van Houdenhove, Leuven, 1967
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
west-vlaams (tussen schelde en leie)
34
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Deerlijk   
Plaats van Handelen
Deerlijk   
