Hoofdtekst
Op dat hof ginder, de jongens kwamen ziek, de zolder zat vol ratten; ze stonden rechte op ulder achterpoten. De paters kwamen en ze leesden dat ze zweetten. Ze zeiden: "’t Is hier iets particuliers" en ze haalden den boek uit, den bijbel. Z’en wisten niet vanwaar dat hij kwam maar hij zat onder ’t dak. En ’t is gedaan geweest. ’t Was op ’t hof van Vanderhoorne ginder.
Beschrijving
Op een betoverde boerderij werden de kinderen ziek en zat de zolder vol ratten. De paters kwamen de boerderij overlezen tot ze helemaal bezweet waren. Daarna haalden ze een bijbel van onder het dak, waarna er een einde kwam aan de toverij.
Bron
M. Sagaert, Leuven, 1955
Commentaar
2.3 Toverboeken
west-vlaams (zuiden)
180
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Aalbeke   
