Hoofdtekst
Variante. Dat is pertank echt gebeurd, dat heeft mijn moeder tegengekomen. Als ze nog kleine was werkte ze daar waar dat nu dat huis over “’t Kloefke” langs dezelfde kant zo een beetje schuin vooruitspringt. Nu op nen avond had ze daar lange moeten werken en 't was al rond den twaalven als ze naar huis ging en ze moest dus door de plaatse gaan. En als ze op de plaats is, ziet ze toch wel tegen de kerk iemand staan en dat was iemand die nog maar veertien dagen begraven was. Ge kunt peizen hoe dat mijn moeder verschoot, ah ja, hoe zoudt ge zelve zijn. Thuisgekomen zei ze dat aan haar moeder die meekwam om te kijken maar zij en zag niets, 's Anderendaags, 't was toch weerom laat als zij gedaan had en naar huis kwam en dat stond er toch weer aan de kerk. Ze komt thuis en vertelt het weer aan haar moeder. “Ewel,” zei haar moeder, “als zij daar morgen weer staat, dan gaat gij er bij en vraagt: “Wat begeert ge van mij?” Dat was goed, 's anderendaags kwam mijn moeder rond dezelfden tijd weer langs daar en dat stond er weer aan de kerk. Mijn moeder ging wat dichter en vroeg: “Wat begeert gij van mij ?” Daarop zei de die iets, en mijn moeder beloofde het te doen en sedertdien en heeft dat daar nooit meer gestaan aan de kerk. Maar wat dat het zou geweest zijn clat ze beloofd had te doen en heeft ze ons nooit willen zeggen, ze heeft dat wel verteld aan haar moeder en als wij dan aan haar iets vroegen: “Meetje, wie was dat, die mijn moeder aan de kerk zag staan?” en wilde ons grootmoeder dat niet zeggen omdat, zei ze, “wij de familie daarvan te goed kenden”.
Onderwerp
SINSAG 0402 - Die versäumte Wallfahrt (Messe, Gabe)   
Beschrijving
Een meid die omstreeks middernacht terugkwam van haar werk, zag tegen de kerk een dode staan, die twee weken voordien begraven was. Het meisje schrok zich haast dood en liep snel naar huis, waar ze haar moeder vertelde wat ze had gezien. Toen haar moeder mee terugging om te kijken, was de dode verdwenen. De volgende avond zag het meisje de dode opnieuw. Deze keer zei haar moeder: "Als hij er morgen weer staat, dan moet je vragen: 'Wat wil je van mij?' " De derde nacht vroeg het meisje aan het spook wat het wilde. Daarop zei het spook iets. Nadat het meisje had beloofd de belofte te zullen volbrengen, heeft ze het spook nooit meer gezien.
Bron
S. Bohez, Leuven, 1956
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
oost-vlaams (tussen leie en schelde)
161
Moeder van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Huise   
