Hoofdtekst
Bij ons in de geburen was een vrouw en die had geen goeie naam. En ze waren aan 't boter rollen en ze konden de boter niet krijgen. Ze hadden een halve dag gedraaid en ze konden nog geen boter krijgen. Toen zegt Frans: 'Wil ik een keer naar Tantje eens gaan raad vragen?' Hij ging. 'Frans' zei ze, 'wat zal het zijn?' 'Tantje', zei hij, 'wij hebben een halve dag boter gerold en we kunnen ze niet krijgen. Wilt ge een keer meegaan naar thuis?' 'Ja, Frans', zegt ze, 'Maar ik moet eerst ander klompjes en een ander voorschootje aandoen.' Ze komt binnen. Toen zegt ze: 'Wat scheelt hier, moederke?' 'Tantje', zegt ze, 'wij kunnen de boter niet krijgen.' 'Dat is niks', zegt ze, 'laat mij een keer rollen.' Ze rolde vijf minuten en ze had de boter. Die was 's daags tevoren aan de koeien geweest en daardoor kwam dat.
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
Omdat de boerin er maar niet in slaagde om boter te karnen, ging boer Frans bij zijn tante te rade. De tante ging met Frans mee en kon na vijf minuten rollen al boter maken. De tante had de dag voordien de koeien behekst.
Bron
W. Achten, Leuven, 1971
Commentaar
2.1 Heksen
midden-limburgs
b'
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Frans   
Naam Locatie in Tekst
Diepenbeek   
