Hoofdtekst
Ik was nog een jong mannetje van een jaar of zestien, zeventien en mijn moeder was een weeuwe en ik ging gaan werken, want me waren wij met een hele bende jongens. Ik moest gaan karnen bij Diesten, aan wie dat we pachtten. Hij hade ook een koe of twee en ik heb daar soms drie dagen gaan karnen en nooit geen beuter. Marie was ook betoverd. ’t Was zij die d’hekse was.
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
Een jongen die als knecht op een boerderij werkte, moest soms wel drie dagen karnen. Vreemd genoeg had hij dan nog geen boter. Op de boerderij woonde namelijk een heks.
Bron
K. Erard, Leuven, 1966
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (ieper)
32
1905
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Vlamertinge   
