Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

HSCHA0067_0067_45602

Een sage (mondeling), 2000

Hoofdtekst

B De moeder van 't Zwartpoot, zoals we zeiden, dat was ook zo een, ze heette eigenlijk Rose Rombout, Rose van de Steven. U: Dat was de moeder van de Pets, die ging in de asperges een pijp roken. M: Die stond aan 't straat ook. U: En dan zag je die rook boven die asperges, en ge moet niet vragen, in die tijd, dat was direct een heks, hé. M: En die was dan ook zo gekleed, met ne jak en ne lange rok. U: En een muts op, ge kent dat. M: En die piste waar ze stond. Die had geen broek aan, alleen ne lange rok. En die stond daar maar pijp te roken, dat weet ik nog van toen we naar 't school gingen. In de Muskesstraat, in dat klein huizeke, woonde ze, recht over 't snoepwinkeltje. Haar jongste zoon, de Pets, draaide orgel, hij is nooit getrouwd geweest. Walem was een orgeldorp hé, alle orgels kwamen toen van Walem, van in 1910. ... (uitleg over orgelbouw in Walem) U: Vertel nog eens iets van heksen. M: Nee, ik weet niks meer. U: Ze heeft een moeilijk onderwerp gekozen. Ik heb haar daarstraks vertelt over ene die ging 'poren', ge weet wel palingen vangen, en die hoort schone muziek in de verte, en ze zeggen dan dat dat de framassons zijn. Zo van die dingen.

Beschrijving

Een vrouw uit Walem had de gewoonte om in de aspergevelden een pijp te gaan roken. De vrouw droeg een jas, een lange rok en een muts. Ze werd ervan verdacht een heks te zijn.

Bron

H. Schallenbergh, Leuven, 2000

Commentaar

2.1 Heksen
antwerps (mechelen en omstreken)
5B
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Mechelen    Mechelen   

Plaats van Handelen

Walem    Walem