Hoofdtekst
’t Wos up èn hofsteejge up de Kasteelberg. ’t Wos dor e karton (paardeknecht) die spotte met de doodkeerse. Saten Colle die dor wrocht zei tegen die karton: "Je moet gij dor niet mee lachen, je zoe dat best gerust laten." De karton spotte dor toch mee enne liet die keerse nooit gerust. De karton die ’s avonds ging gon slapen in ’t peerdestal, kreeg olle twee de deuren up hem enne lei zelve oender de peerden. On ze de deure wel bekeken hadden, zagen ze dat er èn hand in gebrand stoend. En de karton durfde niet meer gon slapen van de schrik. De boer zei tegen de karton: "Je gaat gij nu niet meer lachen dormee," en die kartond liet ze van toen of gerust.
Onderwerp
SINSAG 0212 - Spötter pfeift Feuermann heran
  
Beschrijving
Op een boerderij op de Kasteelberg werkte een knecht die spotte met doodkeersen. Een man die daar werkte, sprak tot de knecht: "Je mag daar niet mee spotten, je zou dat beter met rust laten!" De knecht nam dat advies echter niet ernstig. Toen hij die avond in de paardenstal ging slapen, vielen de twee deuren tegen hem, zodat hij onder de paarden terechtkwam. In één van de deuren was een hand gebrand. Daarop sprak de boer tot de knecht: "Nu zal je daar niet meer mee spotten!"
Bron
S. Top, Leuven, 1964
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
west-vlaams (vrijbos)
14J
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Staden   
Plaats van Handelen
Kasteelberg   
