Hoofdtekst
O mijn vader ne keer op weg ware naar ’t hof waar dat hij diendige, overstakt er hem enen te peirde. Da was in Beernem en ot hij een ende voorbij ware zag hij al mee ne keer nen beer. Zo hij diendige bij nen boer voor knecht en hij ging naar huis en dienen beer bleef altijd schone mee hem gaan en o vader aan de boerenbalie (boerenhek) kwame waar dat hij diendige voor knecht was dienen beer weg. En dien beer ging altijd recht over hem. Zo hij legdige zijne kop op die balie en achtervolgdige dienen beer. En den dienen die op da peird zat had hem dat aangedaan.
Onderwerp
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
Beschrijving
Een man die op weg was naar de boerderij waar hij werkte, werd in Beernem ingehaald door een paard. Even later zag de man een beer verschijnen, die met hem meeliep naar de boerderij. De tovenaar die op het paard zat, had de man dat aangedaan.
Bron
O. Mattheeuws, Leuven, 1963
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (grens oost- en zeeuws-vlaanderen)
413
Vader van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Oedelem   
Plaats van Handelen
Beernem   
