Hoofdtekst
Beschrijving
Op een boerderij had men een veulen dat epilepsie had. De onderpastoor van Welle kwam langs. Hij zegde in de stal enkele gebeden en nam het veulen daarna driemaal in zijn armen met de woorden: “Wat ben jij een mooi veulen!” Daarna was het veulen voorgoed genezen.
Bron
L. Pauwels, Leuven, 1969
Commentaar
brabants (noord-west)
849
Moeder van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Erembodegem   
Plaats van Handelen
Welle   
