Hoofdtekst
’t Was een boer, hij hadde een boek gekregen, een droeven boek, dat ze zeien. En dien man ging binnen in een huis en ze zeien dat ’t een toverege was. En z’hadde ook een boek, en hij hadde geen macht genoeg, ze deien hem zitten bij ’t vier en de druppels zweet likten (lekten) van hem, en daarmee, de paster heeft moeten gaan om den boek ’t halen uit zijn kofer (koffer), hij was zijn boek geen meester.
Beschrijving
Een man die een toverboek bezat, werd gedwongen om bij het vuur te gaan zitten tot de zweetdruppels van zijn gezicht rolden. Uiteindelijk is de pastoor het boek komen ophalen.
Bron
A.-M. Devynck, Leuven, 1965
Commentaar
2.3 Toverboeken
west-vlaams (franse grens)
420
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Bambeke   
