Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

PVAND0030_0030_26510 - Farceur-variante: doodskaars in uitgeholde biet

Een sage (mondeling), 1968

Hoofdtekst

Een doodkeerse, da was een bete die uitgehold was, met een neuze en ogen in gesneden en met een brandende keerse in voor d’andere schuw te maken. Voor die neuze en die ogen staken ze dikkels een glazeke voor de wind. En ze waren daar al benauwd van. Ge zag da vroeger vele.

Beschrijving

Een doodkeers was een uitgeholde biet waarin men een neus en een mond had uitgesneden. In de biet zette men dan een brandende kaars om de mensen bang te maken.

Bron

P. Vandewalle, Leuven, 1968

Commentaar

1.3 Vuurgeesten
west-vlaams (o van houtland)
50a
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Ruddervoorde    Ruddervoorde