Hoofdtekst
I En hebt ge ook al over dwaallichtjes gehoord?2 Dwaallichten, ja kijk, dwaallichten die zijn nu veelvuldig in de lucht, hé. Maar vroeger gebeurde dat, ja, een staartster of sterren die beweegden van tussen Kanne en Eben-Emael op, zo over trokken, maar in een keer waren die weg, was dat licht weg.I Een vallende ster?2 Neenee, vallende sterren dat was iets anders.I Ah?!2 Die zaagt ge vallen, kondt ge zien vallen. Maar dat was - hoe moet ik dat zeggen? - niet op bepaalde tijden of meerdere keren achtereen; dat was af en toe, toevallig. Ge moest echt daar zitten in het veld nu zogezegd of tussen de twee dorpen in en dan zaagt ge ene staartster. Maar waren dat eigenlijke sterren of waren dat proefnemingen van de militairen van toen of van … - hoe moet ik dat zeggen? - … Ik kan niet op het woord komen. Toevallig zaagt ge dat en ge wist niet vanwaar het kwam, ge wist niet wie het was. En zegde ge dat tegen iemand die het niet gezien had, dan zegde die: "Hé, ge hebt schrik, ge ziet van alles." Want dat was het gewone woord van m’n moeder. Als een van ons naar huis kwam, hij had wat gezien of vertelde wat anderen gezien hadden, dan zegde moeder: "Ha, gekke toch! Dat bestaat allemaal niet." Dat was de dinge.
Beschrijving
Vroeger kon men soms staartsterren zien bewegen tussen Kanne en Eben-Emael. Plots waren die lichten dan weer verdwenen. Misschien werden de lichten veroorzaakt door militairen die proeven deden.
Bron
H. Schoefs, Leuven, 1996
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
limburgs (groot-riemst)
2LL 68
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Zussen   
Plaats van Handelen
Eben-Emael   
Kanne   
