Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

HSCHO0546_0547_11233

Een sage (mondeling), 1996-01-7 1996-01-7 (foutieve datum)

Hoofdtekst

I En daar was ook nog wat van die boer met z’n doosje … Die boerderij, die grote ‘winning’…41 Oh, oh, ja. Daar had ik niet meer aan gedacht. Maar dat is naderhand pas verteld, hé. Wat ik weet toen ik kind was, dat weet ik nog allemaal. Ik ken m’n liedjes nog en m’n versjes van toen ik naar de bewaarschool ging. Dat kan ik je nu niet hierop (= de recorder) zetten [lacht]. Ja, dat was een boer wat terugging; het ging niet goed met hem, hé (= een boer wiens bedrijf niet goed ging). En dat was een grote boerderij: hij had maagden (= meiden) en knechten en alles. En toen had hij dat eens gezegd en toen was iemand (= een tegenmagiër) bij hem gekomen. En hij (= de tegenmagiër) zei: "Ik zal hem eens wat geven," zei hij, "en dan wed ik dat het goed gaat gaan." Maar die (knechten en meiden) verwaarloosden alles en die boer, hij was ook niet goed; hij had alle dagen alles moeten nagaan (= de stand van zaken op zijn boerderij moeten controleren), hé. En toen ging hij ’s avonds met dat doosje (wat hij van de magiër had gekregen en dat hij onder geen beding mocht openen, anders keerde alles zich tegen hem) rond, hé. En daar zaten de meiden, die waren aan het knoeien met van alles en daar zaten ze te lachen en aan het dinge. Ze moesten boter maken of ze moesten melk afdraaien, dat werd allemaal maar ‘gefoemeld’ (= hier: onnauwkeurig verricht, zonder zorg of aandacht). Ja, en toen: in het doosje zat niks in [lacht].I Maar hij mocht niet in het doosje zien?41 Nee, hij mocht niet het dooske opendoen, want dan hielp het niet. Maar dat dooske was een toverdooske en dat zou moeten dat … Ik had misschien moeten ‘op de letter kalle’ (= A.N. spreken)?I Nee, nee, zeker niet.41 Dan zou het beter gaan. Ja, en toen (hij z’n boerderij rond was gegaan) wist hij hoe alles ging.I Ja. En dat had hij van een soort tovenaar gekregen of van een bezweerder of zoiets?41 Ja, toen zag hij hoe ze dat alles verwaarloosden. Maar dat moet je nagaan, hé. Ja, niet?

Beschrijving

Een boer die het werk van zijn knechten en meiden nooit controleerde, had veel tegenslag op zijn boerderij. Op een dag kreeg de boer van een man een doosje, dat hij onder geen beding mocht openmaken. Met het doosje moest de boer rondgaan op de boerderij. Zo zag de boer hoe zijn personeel het werk verwaarloosde. Het doosje dat hij had gekregen, was leeg.

Bron

H. Schoefs, Leuven, 1996

Commentaar

2.2 Tovenaars
limburgs (groot-riemst)
41I 546
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Lafelt    Lafelt