Hoofdtekst
T’onzen thuis, ‘k was ‘k ik dan maar een kind als ik mee liep naar Ruien dienen. Dat was omdat we zoveel viggens verloren. Mee 67 was ‘ter gestorven. ’t Was daar ene die altijd naar de viggens kwam kijken. Den ene keer, zo gezegd om een glaske melk, den andere keer om karnemelk. We hadden het op haar. We mochten wij een nest zitten hebben van 8-9 varkens, als we ‘s (n)ochtens opstonden, lagen ze met rode plekken of met ruien. Vader wilde daar niets van geloven van de toverij. “Dat is dat wel”, zei ze moeder, “teurt (ga) ne keer bij Mijnheer de Paster.” Vader ging er naartoe. De paster stook de deur toe en begon zijn werk. Sedertdien hebben wij geen ongelukken meer gehad. Hij had ons nen agnus Dei mee gegeven om onder ons zulle te steken, en we mochten niemand bij ons viggens laten gaan. Een beetje daarachter was ze daar weer, maar we hebben ze aan de deur gezet. Als ge er durft naar slaan, kunt ge nog dood zijn.
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
Op een boerderij in Zulzeke waren al veel biggen gestorven. Er was een vrouw die regelmatig naar de biggen kwam kijken. Nu eens vroeg ze een glaasje melk, dan weer karnemelk. De boer liet de pastoor komen, die de deur van de stal sloot en de plaats overlas. Hij gaf de mensen ook een Agnus Dei om onder hun drempel te steken. Korte tijd later kwam de vrouw weer langs, maar men heeft haar niet binnengelaten. Men moest wel opletten, want als men naar een heks sloeg, kon men sterven!
Bron
M.-P. Kesteleyn, Leuven, 1964
Commentaar
2.1 Heksen
oost-vlaams (vlaamse ardennen)
272
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Agnus Dei   
Naam Locatie in Tekst
Zulzeke   
Plaats van Handelen
Zulzeke   
