Hoofdtekst
Ik zal u mijn verhaal vertellen in de versie zoals het is. Mijn moeder en mijn zuster gingen op bezoek bij een zuster. En als ze ’s avonds terugkwamen was er op de hoeve van de Craene een groot feest geweest waar er verscheidene jonkheden aanwezig waren. Maar zij waren vroeger vertrokken als de anderen en mijn moeders zuster en mijn moeder zeiden tegen hun schoonbroer: “Hoort, de bende komt af”, en Kamiel zei: “Zijt gij niet benauwd?” “Neen”, zegt mijn moeder, “in het geheel niet, maar trekt mij daar eens een knuppel uit de houtmijt.” En ze vertrokken op de kasseien, zoals dat gaat. Die groep kwam af, maar aan Sint Lorenslinde zegt mijn moeder tegen haar zuster: “Gauw Celina, we gaan spoken.” En dat was dan de mode van die grote wijde rokken. De rok over ’t hoofd, en al weerszijden van de linde stonden ze. En als de groep tien meter ervan was, zeiden ze: “Kijk eens…, spoken. Hebt ge dat gezien? Spoken…” En stilletjes kropen ze voorbij maar als ze juist voorbij waren trokken mijn moeder en haar zuster de schoenen uit en vlogen ze daarachter. En die groep heeft zo lang mogen lopen hoor.
Beschrijving
Twee zussen die vóór alle anderen terugkwamen van een feest, besloten in Sint-Lorens-Linde voor spook te spelen. De twee zussen trokken hun rok over hun hoofd en gingen naast een lindeboom staan, zodat de andere feestgangers op hun weg naar huis zouden schrikken. Toen de feestvierders de twee spoken zagen staan, reageerden ze verschrikt. Hun vrees sloeg om in paniek toen ze door te twee spoken werden achternagezeten.
Bron
L. D'haeze, Leuven, 1975
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
oost-vlaams (zuiden)
76A
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Edelare   
Plaats van Handelen
Sint-Lorens-Linde   
