Hoofdtekst
D’er was ne keer een boerinne en ze moest naar de markt. Maar da was een toveresse. ’t Meisen (meid) moest kernen. Ot da wijf voortging, zei ze tegen haar meisen: "Van oje (als ge) begint te kernen moeje zeggen "Van ieder kernte een brokske zo groot of mijnen duim"." Maar da meisen was nie van de slimste en ze was zij da vergeten en ze zei: "van ieder kernte een brokske zo groot of mijn achterste." En da wijf komt thuis en dat huis zat vol botre. Ze zegt tegen haar meisen: "Wat heje gij gezeid?" "Eh… van ieder kernte een brokske zo groot of mijn achterste." En daarbij kwam da, dat haar huis vol zat. Da was ook een toveresse.
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
Een boerin die kon toveren, ging naar de markt. Vooraleer ze vertrok, sprak de boerin tot haar meid: "Als je begint met karnen, moet je zeggen: 'Van ieder kernte een brokje zo groot als mijn duim". De meid had echter geen goed geheugen. Ze vergiste zich en zei: "Van ieder kernte een brokje zo groot als mijn achterste". Toen de boerin thuiskwam, trof ze haar huis helemaal vol boter aan.
Bron
O. Mattheeuws, Leuven, s.d.
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (grens oost- en zeeuws-vlaanderen)
307
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Maldegem   
