Hoofdtekst
7B En recht over ons woonde ook een heks, vroeger. Dat werd gezegd. Maar dat was een braaf mensje.z1 Ja, die van alles vertelde. Jij woonde ook in de Nieuwstraat.7B In de Grecht.z1 Ah in de Grecht.x En welke nummer was dat?z1 Welke nummer heb jij gewoond?7 Ik? In… maar mens, maar mens… In nummer 144.x En weet je toevallig de naam van de man van die Kato? 7B Dat was een weef. (Julie praat nu over de heks die tegenover haar woonde.) Gewoonlijk als ze getrouwd waren, kregen ze die naam zo rap niet.z1 Ah nee, het was meer als ze weduwe waren. Ja, ze moet een werk maken in het school en daarvoor moeten ze mensen uitvragen. En daarmee ga ik eens mee, omdat zij zo iemand niet kennen. 7B Maar dat waren brave mensen. Maar die een, wat moet ik zeggen, dat is al lang, lang geleden. z1 Ja7B En die woonde in een huisje…z1 Ja dat waren maar huisjes, ik weet, als ik naar ’t school ging…
Beschrijving
Getrouwde vrouwen werden niet vaak beschuldigd van hekserij, maar weduwen wel.
Bron
T. Bergen, Leuven, 2003
Commentaar
2.1 Heksen
vlaams-brabants (groot-aarschot)
7B
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Aarschot   
