Hoofdtekst
De paster èt e ki gezeit van ip z’n prikstoel (preekstoel) hoeveel kwoaj handen met toverboeken d’er woaren van den enen meulen no den anderen.
Beschrijving
Op een dag had de pastoor op de preekstoel gezegd hoeveel mensen met toverboeken er woonden tussen de ene molen en de anderen.
Bron
C. Dewaele, Leuven, 1967
Commentaar
2.3 Toverboeken
west-vlaams (oostkust)
438
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Knokke   
