Hoofdtekst
’t Was hier vroeger ‘ne slunsepiet (voddenkoopman). En hij had ’n wijveke met altijd ‘ne kapmantel aan, en ze zeggen dat dat wijveke koste toveren. En als we van schole kwamen en dat wijveke gemoetten liepen wijlder zere weg, we mieken ’n kruiske en we zeien zere ’t gebed tegen de tovermeten: "Al wat God bewaart is wel bewaard". En ze kosten toen niet meer doen.
Beschrijving
In Vichte woonde vroeger een voddenkoopman wiens echtgenote altijd een kapmantel droeg. De mensen geloofden dat die vrouw kon toveren. Wanneer de kinderen die vrouw op de terugweg van school tegenkwamen, maakten ze een kruisteken en zeiden: "Al wat God bewaart, is goed bewaard".
Bron
F. Van Houdenhove, Leuven, 1967
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (tussen schelde en leie)
400
Kindertijd van de informant
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Vichte   
Plaats van Handelen
Vichte   
