Hoofdtekst
29.2 Maar mijn grootmoeder, die is van zijn leven ook behekst geweest. En dat heb ik via ons moe. Mijn grootmoeder is in 1875 geboren. Zie eens waar ik nu van klap (praat). En dat huisje stond heel hoog op een berg. Een grote boerderij met koeien en je weet dat zox Mmm.29.2 En als er een koe moest kalven, ja ik moet het zo zeggen. Dat meutteke (kalfje) dat was dood of dat werd dood geboren of het een of het ander. En dan hadden ze eens ook tegen ons peit (grootmoeder) gezegd. Ja, er moest weer een koe kalven. "Als je die ziet de berg omhoogkomen, laat ze niet in de stal of doe iets anders." Ja. En die koe moest kalven en ze zagen ze omhoogkomen.28.1 Ja, die weten dat op voorhand dat ze moeten komen.29.2 Ja, die wist dat die koe moest kalveren. Maar die hadden ook iets gewijd, maar dat weet ik niet. Ik, als kind, dat interesseerde je toen niet.28.1 Maar dat gebeurde toen veel met beesten. 29.2 Op dieren.
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
Een oude vrouw die op een heuvel woonde, had af te rekenen met de plagerijen van een heks. Iedere keer wanneer er een koe een kalfje moest werpen, kwam de heks naar de stal gelopen. Het kalfje stierf altijd onmiddellijk na de geboorte.
Bron
T. Bergen, Leuven, 2003
Commentaar
2.1 Heksen
vlaams-brabants (groot-aarschot)
29.2 en 28.1
einde van de negentiende eeuw
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Rillaar   

