Hoofdtekst
Het is zo, en ze mogen doa niks aan veranderen. Die het doet, zo is het geloof van Rutten, zal gestraf(t) jonne (= worden), en die steref(t) in het jaar. In 1924 ging ene priester met de pelgrims met, die he(ef)t nota genomen, en he kon doa gene kop aan krijgen (= kon er niet aan uit), en Jan Werelds wou niet dat het voortging, en de pastoor is noa hem toe gegaan, en he(ef)t gezeg(d) dat er het moes(t) terug op zijn stokke zetten. Hij he(ef)t het leesbaar en verstaanbaar op papier gebrach(t). Het geloof van Rutten nu, wilt dat: op meidag van 't zelefde jaar 1924 komt 's möregens om zes uren enen telegram aan bij pastoor Hollanders zaliger, dat pastoor Cuppens dood is.Dat he(ef)t dan het geloof in den Heiligen-Evermarus nog versterk(t). Hij had het nie mogen veranderen! Hij had engelen gezatte (= gezet) in de plak van de congreganisten wa zongen.
Onderwerp
SINSAG 0704   
Beschrijving
In 1924 ging pastoor C. samen met enkele pelgrims op bedevaart ter ere van de Heilige Evermarus. De pastoor moest een aantal zaken optekenen in opdracht van Jan W., die niet wilde dat de verering van Evermarus bleef voortduren. Op de bedevaartplaats had de pastoor engelen gezet in de plaats van het koor dat er kwam zingen. Op één mei 1924 ontving pastoor H. om zes uur 's ochtends een telegram met het bericht dat pastoor C. was gestorven. Wie iets durfde te veranderen aan de verering van Evermarus, zou immers datzelfde jaar nog sterven.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
5. Sagen - Legenden
limburgs (tongeren en omstreken)
R123
1924
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Heilige Evermarus   
Evermarus (Heilige)   
Jan W.   
Naam Locatie in Tekst
Rutten   
