Hoofdtekst
A: Wel en dat…, ja… toveressen, ‘k weet daar niets over né, neen. ‘k Heb nooit toverij geweten, tenzij dat ze zeien dat er daar een vogel kwam in de bossen daar né, een vreemde vogel. En dat ze, dat er mensen, wel… , duizenden kwamen kijken naar ginder om te kijken naar ginder om te weten als ze hem niet gingen zien, maar ze zagen hem niet né. Of dat ze hem niet hoorden, ja, anderszins…X: Maar gauw, ik weet niet, maar misschien van jouw ouders dat je dat nog gehoord hebt zo, vertellingen van vroeger die zij vertelden.A: En bah nee. ‘k Weet dat, dat dat daar gebeurd is, ah ja né.X: Ja, dat wel, maar van toeren zo dat die heksen uitstaken. Heb je daar nooit van gehoord?A: Bah neen, bah neen. Ik heb dat nooit gehoord dat er hier alzo iets gebeurd is van heksen. Wel nee, neen.
Beschrijving
Vroeger kwamen duizenden mensen in de bossen van Beselare naar een vreemde vogel kijken.
Bron
F. Ramon, Leuven, 1975
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (ieper)
3
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Beselare   
Plaats van Handelen
Beselare   
