Hoofdtekst
Beschrijving
Een zieke jongen had zich door de witte paters van Leuven laten overlezen. De vrouw die ervan werd verdacht de jongen te hebben behekst, was naar Engeland geweest.
Ze had de jongen vaak schouderklopjes gegeven en daardoor kon hij niet meer eten. Nadat de jongen was overlezen, at hij ’s morgens een hele pan spek met eieren. Toen de heks even later voor de poort stond, zei de moeder niets. De vrouw zei: “Wel, mag ik hier ook al niet meer binnen?” Daarna is de vrouw daar nooit meer op bezoek geweest.
Met die vrouw was iets dat niet deugde. Wanneer de bel ging, voelde de moeder altijd iets in haar keel komen alsof ze alcohol had gedronken.
Ze had de jongen vaak schouderklopjes gegeven en daardoor kon hij niet meer eten. Nadat de jongen was overlezen, at hij ’s morgens een hele pan spek met eieren. Toen de heks even later voor de poort stond, zei de moeder niets. De vrouw zei: “Wel, mag ik hier ook al niet meer binnen?” Daarna is de vrouw daar nooit meer op bezoek geweest.
Met die vrouw was iets dat niet deugde. Wanneer de bel ging, voelde de moeder altijd iets in haar keel komen alsof ze alcohol had gedronken.
Bron
C. Van Eyen, Leuven, 1989
Commentaar
brabants (kaggevinne)
21B
fabulaat
Naam Overig in Tekst
paters van Leuven   
Leuven (paters van)   
Naam Locatie in Tekst
Kaggevinne   
Plaats van Handelen
Leuven   
Engeland   
