Hoofdtekst
Langs een wegelke tussen twee zwarte hagen, passeerden er twee zwarte honden, zeiden ze, die met een zilveren ketting aan elkaar gebonden waren. Stel u voor. Wie kon nu zien ’s nachts. Dat waren mensen die dat zeiden, die zelf wilden vrij ’s nachts rondlopen en de anderen ervan weghielden.X: Waar is dat gebeurd?Dat weet ik niet, waarschijnlijk hier, want mijn moeder heeft het verteld en ze is hier geboren.
Beschrijving
Langs een weggetje tussen twee zwarte hagen kon men soms twee zwarte honden zien lopen, die met een zilveren ketting aan elkaar waren gebonden. De mensen die over die verschijning vertelden, wilden in feite niet dat andere mensen ’s nachts op die plaats kwamen.
Bron
L. D'haeze, Leuven, 1975
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
oost-vlaams (zuiden)
44C
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Berchem   

