Hoofdtekst
Tovenaar aangewezen door een geestelijke. Als wij jong waren heeft het daar nog gespookt aan peetje Berghems (Petrus Van den Berghe). Er stond daar een ovenbuur tegen de strate en alle nuchtingen stond de deur open en hij most ze nog zo goed toetrekken, dat was altijd hetzelfde. Ten langenlaatste trok hij naar de paster of de paters, 'k en weet het niet juist meer, zij kwamen daar en ze zeiden dat het den dienen geweest was die 's anderendaags den eersten op 't hof zou komen. Van nu voort begost hij daar goed op te letten en den eersten nuchting was het toch wel zijnen naasten gebuur, nen B., die op 't hof kwam en hij zond er hem van omdat hij het alzo gezeid was. En dat heeft toch gedaan geweest met dat ovenbuur. Maar er zijn daar toch nog rare dingen gebeurd, want peetje Berghem is daarachter nog naar Kruishoutem verhuisd van vreze.
Onderwerp
SINSAG 0478 - Andere Erlebnisse; unbeschreibbare Spukerscheinungen.   
Beschrijving
In een huis in Nokere spookte het. Iedere ochtend stond de deur er open, ook al had men ze goed gesloten. De pastoor of de paters zeiden dat de spokerij werd veroorzaakt door de persoon die de volgende dag als eerste op bezoek zou komen. De volgende dag kwam de buurman als eerste langs. De man zond zijn buurman weg, waarna de deur 's ochtends niet meer openstond. Er gebeurden echter nog andere vreemde dingen, waardoor de man uiteindelijk naar Kruishoutem is verhuisd.
Bron
S. Bohez, Leuven, 1956
Commentaar
2.2 Tovenaars
oost-vlaams (tussen leie en schelde)
376
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Bevere   
Plaats van Handelen
Kruishoutem   
Nokere   
