Hoofdtekst
Ja, van die gees(t) wa terugkwam aan 'Kattestat' (= kattestaart) moet ich ook nog vertellen. Die vrouw ging noa Gran-Mère en vroeg haar - 'Stien, wa hee =( wat hebt ge) gedaan?' - 'Tch, ich ben be(de)vaart gegaan' zei ze. Die vrouw hare man was gestoreven en 's nach(t)s kwam die gees(t) terug. Alle möregende lag het hoot (= hout) van de schuur onder het bed, het heel fenkelhoot (= fijngezaagd hout)! Ze deed ook ene be(de)vaartgang noa den hoge Sint-Gillis te Luik. Toen was het gedaan; mè zje moes(t) de stek (= stok) aan de deur laten staan en as zje uitkwam hem terug nemen, anders moesten ze de ziel, - de gees(t) - dragen tot doa. Doa was ene scheper van 't kasteel bij, enen halve gebakken en die nam de stek, goed maar, want as die de stek nie nam, dan moesten ze de gees(t) dragen. Zij hadden gebièd (= gebeden) en terwijl ging doa rook voor den hoge Sint-Gillis op en dat was de ziel wa verlos(t) was.
Onderwerp
SINSAG 0402 - Die versäumte Wallfahrt (Messe, Gabe)   
Beschrijving
Een zekere Stien zag elke nacht de geest van haar gestorven man verschijnen bij Kattestaart. Elke ochtend lag het hout uit de schuur onder Stiens bed. Om de ziel van haar man te verlossen, ging Stien op bedevaart naar Sint-Gillis in Luik. Gelukkig had een schaapherder van het kasteel de stok genomen, want anders hadden ze de het spook de hele weg moeten dragen. Na het gebed voor Sint-Gilis zag Stien rook opstijgen. De ziel was verlost.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (tongeren en omstreken)
401
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Heilige Gillis   
Gillis (Heilige)   
Stien   
Naam Locatie in Tekst
Widooie   
Plaats van Handelen
Kattestaart   
Luik   
