Hoofdtekst
Wete wat da vader nog verteldige van Pier Pruime. Da was ook zo nen beestekop (slechterik). In den avond kwam hij zat naar huis en voor zijn huis wast er een hofken mee een hekken voren. En aan weerskanten placeerdige (plaatste) d’er hem nen groten hond. En Pier dood van schuwte moest er tussen naar huis. Maar schuw dat hij was.
Beschrijving
Een man die op een avond dronken naar huis kwam, zag twee honden bij het hek van zijn huis zitten. Doodsbang geraakte de man binnen in zijn huis.
Bron
O. Mattheeuws, Leuven, s.d.
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (grens oost- en zeeuws-vlaanderen)
174
Vader van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Sint-Joris-ten-Distel   
