Hoofdtekst
Op een plaats kwamen de bokkerijders ook stelen, maar daar lag de schouwveger in de schuur, en die richtte zich op toen ze daar binnen kwamen. De bokkerijers meenden dat het ter duivel was en die trokken er van door. Daar hebben ze toen nog een liedje van gemaakt:'Een schouwveger is gemein En zijn achting is zeer klein, Maar als gij wordt bestolen Kan hij u nog dienstig zijn.'
Onderwerp
SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   
Beschrijving
In een huis waar de bokkenrijders kwamen stelen, lag een schouwveger in de schuur te slapen. Toen de rovers in de schuur binnenkwamen en de schouwveger zich oprichtte, dachten de rovers dat ze de duivel zagen en ze vluchtten weg.
Later heeft men daarover nog een liedje gemaakt.
Later heeft men daarover nog een liedje gemaakt.
Bron
R. Celis, Leuven, 1954
Commentaar
4. Historische sagen
limburgs (bree en omstreken)
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Gruitrode   
