Hoofdtekst
’t Bestoen(den) vroeger toverboeken. Je koste de menschen doen kommen en ze dansten tonne, in ’t midden van de vloer. Mo, je mochte der nietent tegen zeggen. De pasters èn dat ollemolle af(ge)haald, die boeken. Je mochte do nie in lezen u (als) je danie wiste. Je gienk jen eigen azo an den hals (dood geraken) lezen.
Beschrijving
Vroeger bestonden er toverboeken waarmee men mensen kon laten dansen. Uiteindelijk zijn de pastoors de toverboeken overal komen ophalen. In zo'n toverboek lezen was immers gevaarlijk; men zou zich wel de dood in kunnen lezen.
Bron
M.-R. Nijsters, Leuven, 1969
Commentaar
2.3 Toverboeken
west-vlaams (nw van houtland)
59.5
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Gistel   
