Hoofdtekst
Manten Crabbe was een bakker in de Sint Jacobsstraat in Ieper en j’hadde een kind dat niet opgroeide. ’t Bleef klein, mager en bleek. Ten langen laste ging hij naar de paters en de deze zeiden dat er een wijf, en ze beschreven ze, altijd bij dat kind kwam en dat hij dat vrouwmens moeste buitenzenden. ’t Kind verslechtte als zij er was. En de volgende keer dat ze kwam, Manten smeet ze buiten. Ze ging voort en trok de deure toe en op ’t zelfde moment vielen al de broden uit de rekken op de grond.
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
Een bakker wiens kind niet wilde groeien en een mager en bleek gezichtje had, ging te rade bij de paters. De geestelijken vertelden de bakker dat er altijd een vrouw in de buurt van zijn kind kwam. De paters gaven de bakker de raad om die vrouw uit de buurt van zijn kind te houden. Toen de heks de volgende keer langskwam, stuurde de bakker haar weg. Op het ogenblik dat de heks de deur achter zich dichtsloeg, vielen alle broden in de bakkerij op de grond.
Bron
K. Erard, Leuven, 1966
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (ieper)
20
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Vlamertinge   
