Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

FVANI0060_0060_29470 - Betoverde kinderen, oude vrouwen en kwakzalvers

Een sage (mondeling), 2002

Hoofdtekst

Betoverde kinderen, oude vrouwen en kwakzalversVan kinneren die betoëverd waren. Awel, tein [toen], as ’t er nu ieveranst een ou kwamp, dan zeiden ze: “Da kindj is betoëverd. En die ou moet daar wegblijven!” Ma ja, in dienen tijd gingen er veel meeschken gebukt van ouderdom omdat ze niet gesoigneerd werden. En omdat de doktoors nog niet zo slim waren als nu. En daarmee, gingen ze bij die kwakzalvers. En ze gingen daarbij en ze pakten nen boek en ze leesden daarover. En tein gaven ze zalf. En die zalf mochten ze dan bezigen. Of als ze een wonde hadden of azoiet. Daarmee gaven ze dat aan die kinneren. Als ze een wonde of zoiets hadden: da was van die toëveres dat da voort gekomen was. Ma der kunnen veel soorten zweren op ne meesch zijn huid voorkomen. Maar tein kwaamp er een aa vraa in dat huis en da was toëverij. Maar da was nie waar! En da geneest vanzelf zonder dat ze dat daar allemaal aandoen. Dat is allemaal kwakzalverij. Ma de meeschken zijn nu veel slimmer geworden: nu gaan ze naar nen specialist. De wetenschap is vooruit gegaan, hé… Of als e kindj den ouwman had, dat da niet vooruit ging, dan gingen ze bij de kwakzalver. D’r was een aa vraa binnen geweest en ze peisden: “Dedie heeft mijn kindj besmet.”

Beschrijving

Als een kind door iemand was aangeraakt, geloofde men dat het was betoverd. Vroeger gingen de mensen vaak te rade bij kwakzalvers die hen overlazen of zalf gaven.

Bron

F. Van Impe, Leuven, 2002

Commentaar

2.1 Heksen
oost-vlaams (aalst en omgeving)
60
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Aalst    Aalst