Hoofdtekst
thâs was zoe een holstrôt; en dô wôren âve boeume; en as ge dô ’s ôves duirkam, zat da vol dwôllichskes; en ze zeide da da ongedoeupte keinger wôre.
Onderwerp
SINSAG 0182 - Wiedergänger als Irrlicht   
Beschrijving
In een holle weg waar veel oude bomen stonden, zaten 's avonds dwaallichtjes. De mensen geloofden dat die lichtjes de zieltjes van ongedoopte kinderen waren.
Bron
A. Abeels, Leuven, 1965
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
limburgs (sint-truiden)
44
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Kerkom   
