Hoofdtekst
’t Was hier ’n vintje dood en je kwaam ’s nachts were met ’n koetse me peerden, de wielen krakten en je reed heel den tied weg en were deur ’t dorp. ’t Zag niemand niet, mo ’s nuchtens waren d’er karresporen voor de deure. Da was iedere nacht ’t zelfste en wieder no de paster. Me mosten ’n relikwie van da dood vintje oender de zulle leggen en m’en ton die koetse en da peerd nooit mè hoord.
Onderwerp
SINSAG 0472 - Begegnung mit Geisterkutsche.   
Beschrijving
Een dode man kwam 's nachts terug in een paardenkoets die de hele nacht met krakende wielen heen en weer reed in het dorp. Hoewel niemand de koets kon zien, zag men 's ochtends wel een karrenspoor voor de deur. De mensen gingen naar de pastoor, die hen aanraadde om een relikwie van de dode onder de dorpel te leggen. Sindsdien heeft men de paardenkoets nooit meer gehoord.
Bron
M. Vander Cruysse, Leuven, 1965
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (n van brugge)
243
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Dudzele   
