Hoofdtekst
Heks bewerkt langzame ondergang van een jongeling.Die zeune wierd ziek, en ie had hij een zere kele, en d’n dokteur, allez, ie 'n ondervond ter niet aan, in zijn kele ezo, è, waar, dat was, g' hebt een gezweltopke, da ging weg, da was nie meer te ziene in zijn kele, en zijn kele was pertan, da vermeerdeg' altijd voorst, altijd voorten, langst om meer, dat ie tenden de rote nie meer en koste zwelgen, è. Se koeten daar ezo, allez, ne hele petat, tenden de rote, insteken, in die jongen zijn kele, waar. En is es ezo helegansen, alles, stillekes aan, stillekes aan ten onder gegaan en gestorven, aardig gestorven, kurts achter die dochter. En ie moeste zijn kele smouten mee een duivepenne, ezo mee wit dings ezo, è, waar, van den dokteur, maar da en baattege niet, è.
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
Een jongen die verschrikkelijke keelpijn had, kon niet door de dokter worden geholpen. De keelpijn werd zo erg dat de jongen zelfs niet meer kon slikken. De jongen moest zijn keel insmeren met een witte stof, maar dat hielp niet. Uiteindelijk is de jongen gestorven.
Bron
A. Desmyter, Gent, 1955
Commentaar
2.1 Heksen
oost-vlaams (zuiden: bevere en oudenaarde)
68
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Bevere   
