Hoofdtekst
Hier verder woonden ook ene boer en de knechten bleven nie met hem, ze gingen altijd weg. Doa kwam hem dan weer ene nieuwen aanbieden. - 'Dat hoef(t) nie, zei de vrouw van de boer, ich zal het wel zelef doen.' Mè uiteindelijk jondeter (= werd hij) toch aangenomen. 's Nach(t)s hoordeter op zijn kamer 'miau, miau...' en de knech(t) pakte zij(n) mes en he houwde de kat in de poten en toen was het e wijf; ze had nog strepen in haar been (= benen) van het mes. Die behekste de jong(en), wor! en die ging ook weer weg... mè de boer he(ef)t nooit geweten dat het een heks was. Ze bleef heksen en doamet kon de boer gene knech(t) hage (= houden). Ze is dan eens gestoreven en toen was het gedaan.
Onderwerp
SINSAG 0640 - Hexentier verwundet: Frau zeigt am folgenden Tag Malzeichen.
  
Beschrijving
Een boer kon geen enkele knecht in dienst houden. Daarom sprak de boerin tot haar man: "We hebben geen knecht nodig; ik zal het werk wel doen". De boer wilde echter niet luisteren en nam toch weer een nieuwe knecht in dienst. Toen de jonge knecht gemiauw hoorde, haalde hij zijn mes boven en sneed de kat in de poten. De volgende ochtend zag de knecht dat de boerin krassen op haar benen had. Uiteindelijk wilde ook deze knecht niet meer op de boerderij blijven. Omdat de boerin de knechten bleef beheksen, kon de boer geen enkele werkkracht in dienst houden. Toen de boerin was overleden, wilden de knechten vreemd genoeg wel blijven.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (tongeren en omstreken)
781
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Riksingen   
