Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

KERAR0150_0150_16626 - Spokerij in het 'Donkergat'

Een sage (mondeling), 1966

Hoofdtekst

Ik was een jongen van een jaar of vijftien en wij woonden een halfuur van de plaats in Kemmel. Op een avond, we waren met een jonkheid of zeven, acht, ze vragen of we niet en willen een partij kaarten. Mijn maten en wilden niet, maar ik kaartte een partij. ’t Rinde (regende) buiten en als ’t een beetje ophield gingen ze zij door. Ik bleef kaarten en als de partij uit was, ik zere naar huis. Op twintig minuten ver, m’ hadden daar een zeer slechte straat met al weerskanten een reke bomen en een reke bollaards (knotwilgen) en een beke er langs. ’t Donkergat was dat genaamd. Al met een keer, een beetje voor dat we aan het donkergat kwamen, ik kom mijn maten tegen. ‘k Zeg: "Ewel, waar ga je nu? Ga je werekeren”? "’t Spookt in ’t Donkergat en we gaan niet passeren”, zeggen ze, "me gaan werekeren al Jules Parreins, door d’akkers om ’t Donkergat te missen”! Ik heb nooit geslacht van mijn vader, ik heb nooit geen benauwd gehad. Ik ga voort. Als ik bij ’t Donkergat komen, ‘k zien van ver wit, op en nere, weg en were. ’t Woei nogal stijf. ‘k Zeg: "Wat meugt dat zijn? ’t Is daarvoor dat mijn maten weergekeerd zijn”! Ik peisde, ‘k heb altijd gehoord dat als je gij het geen kwaad en doet dat het je ook geen kwaad gaat doen, die spoken. Ik ga met een lang gat (met benauwd hart) als ik er bij kom, ’t was weg. Ik heb nooit geweten wat dat dat was.

Onderwerp

SINSAG 0478 - Andere Erlebnisse; unbeschreibbare Spukerscheinungen.    SINSAG 0478 - Andere Erlebnisse; unbeschreibbare Spukerscheinungen.   

Beschrijving

Een vijftienjarige jongen was op een stormachtige avond met enkele vrienden gaan kaarten. Toen de jongen naar huis ging, kwam hij bij het Donkergat. Dat was een beboste dreef waar knotwilgen stonden en een beek stroomde. De jongen was verbaasd daar enkele van zijn vrienden tegen te komen, die zeiden: "Wij gaan terug en we nemen een omweg, want het spookt in het Donkergat". De jongen was echter niet bang en ging alleen voort. In het Donkergat zag hij een witte gedaante op en neer bewegen. Toen de jongen dichterbij kwam, was de gedaante verdwenen. Hij heeft nooit geweten wat dat was.

Bron

K. Erard, Leuven, 1966

Commentaar

1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (ieper)
26
1903
fabulaat

Naam Overig in Tekst

Donkergat (Kemmel)    Donkergat (Kemmel)   

Naam Locatie in Tekst

Kemmel    Kemmel   

Plaats van Handelen

Donkergat (Kemmel)    Donkergat (Kemmel)