Hoofdtekst
Mensen en dieren behekst door man. Pastoor van Balder vernietigt diens macht.Ik weet nog iets. Dat is bij mijn grootouders gebeurd, echt gebeurd. Die hadden veel beesten. Die moesten kuchen en maar stampen. Elke dag ging er één dood. Na de beesten kregen zelle het, maar hoesten en kuchen. Ze moesten bloed overgeven ook. Toen gingen ze naar de pastoor, hier niet, maar naar een vreemde pastoor. "Sè Suske, daar moet ge heen gaan, want ze maken al uw beesten kapot", zeiden ze. "Daar moet ge heengaan, zei die tegen petere, naar de pastoor van Balder." Die pastoor zei: "Ge zult hem tegenkomen. Ge moet geen schrik hebben, want hij zal voor elle uit de weg gaan." De eerste keer als we hem tegenkwamen – dat was als we naar de kerk gingen – ging die langs de andere kant van 't straat. Toen was dat gedaan.
Beschrijving
Op een boerderij waar de mensen een zware hoest kregen en bloed braakten, ging men naar de pastoor van Balder. De pastoor voorspelde dat de mensen de schuldige zouden tegenkomen en dat hij voor hen uit de weg zou gaan. Zo gebeurde het ook. De mensen genazen.
Bron
B. Van Grieken, Leuven, 1965
Commentaar
2.2 Tovenaars
antwerps (westerlo en omgeving)
739
Grootouders van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Ramsel   
Plaats van Handelen
Balder   
